C Historie

Clara brengt verwarring

De auteur voor het schilderij van Clara, geschilderd door Jean Baptiste Oudry, 1749

Als je voor het schilderij Clara de neushoorn van Oudry in het Rijksmuseum staat kun je de verwarring voorstellen van de mensen die Clara op de jaarmarkt Saint Germain voor het eerst zagen! Het bakbeest woog toen bijna 2500 kilo…

Met de roman ‘Clara, de eerste neushoorn in Nederland’ beleef je het opmerkelijke Clara-avontuur door de ogen van haar begeleider Douwe Mout.
“Een wat oudere man stelt zich voor als hofschilder Jean-Baptiste Oudry. Mijn gids fluistert meteen in mijn oor dat hij alom bekend is en gespecialiseerd in zowel jachttaferelen als stillevens met dood wild en gevogelte.” fragment.

Portret van de Franse hofschilder Jean-Baptiste Oudry (1753) door Jean-Baptiste Perronneau, Musée du Louvre

Oudry, Franse hofschilder van Lodewijk XV beelde Clara ten poten uit:
“Wat een massa, wat een vet… quelle corpulence! Nooit heb ik zoiets gezien. Om haar enormiteit te kunnen te benadrukken zal ik haar levensgroot uitbeelden.” fragment

Christiaan Lodewijk II van Mecklenburg-Schwerin, hertog van Schwerin, was zo onder de indruk van Oudry’s schilderij dat hij het jaar daarop zijn zoon, erfprins Frederik, naar Parijs stuurde om het samen met twaalf andere dierschilderingen van Oudry het schilderij van Clara te kopen.

Portret van Christian-Louis II de Mecklembourg-Schwerin 1683-1756,
schilder onbekend

Vervolgens kwam de doek in het Staatliches Museum in Schwerin terecht waar het, vanwege zijn groot formaat, 150 jaar lang opgerold in de opslag lag tot in 2002 de Getty Fondation de machtige Clara onder de loep nam en het schilderij in Los Angeles vier jaar lang restaureerde. Na een spectaculaire restauratie vloog in 2008 Clara per Jumbo-jet weer terug naar het museum.

Mark Leonard, hoofdrestaurateur van het J. Paul Getty Museum die het
schilderij van Clara prachtig restaureerde

Ook de verhuizing van het schilderij naar de tentoonstelling Clara de neushoorn in het Rijksmuseum was niet eenvoudig. Het vervoer verlangde allereerst een bijzondere verpakking: honingraat panelen van zuurvrij karton en een bescherming van 4 centimeter polyethyleen. Het geheel werd eerst door enkele zalen geschoven worden en eenmaal buiten werd het met zorg in een 800 kilo zware kist gestopt.

In Schwerin moesten deuren uitgebroken worden om het schilderij van 4,5 meter breed en
3,5 meter hoog te verhuizen. De aankomst in het Rijksmuseum was daarentegen geen probleem, er was al een speciale sleuf voor de Nachtwacht (4,5 meter breed en 3,8 meter hoog).
______________________________________________________________________________

De auteur op weg naar het Rijksmuseum
_____________________________________________________________________________

Ongelofelijk! Clara’s wagen werd voortgetrokken door 2O paarden!

In de 18e eeuw met een neushoorn door Europa reizen was geen sinecure. Kar en neushoorn wogen samen minstens 3000 kilo! Deze versterkte wagen werd voortgetrokken door 8 tot 12 paarden of ossen. Volgens enkele aankondigingsbiljetten spande zijn eigenaar soms 16 of zelfs 20 paarden voor de wagen.

Dit kon ik eerst niet geloven en ik besloot het aanvankelijk niet in mijn roman te zetten. Tot dat ik een video vond van de paardenmenner, Jerôme Voutaz, Zwitserse kampioen 4-span, die in de covid-periode geen wedstrijden had. Als uitdaging spande hij 20 paarden voor zijn wagen en legde een parcours af van 20 km. Over bergen, door bochten, onder tunnels door… Het is dus mogelijk!

www.youtube.com/watch?v=zZ6eEwSSasY

“Voor het laatste stuk naar Reims leende hij ons zijn menner met maar liefst twintig paarden. Dat had een fantastisch effect, ziet U het voor zich? De mensen gilden het uit toen we de stad binnenreden.” fragment.

___________________________________________________________________________________

Clara in Middelburg 1742 en 1756

In 1742, jaar van aankomst in de Nederlanden, liet Douwe Mout het onbekende dier op markten zien en hij maakte reclamebiljetten met prent et tekst om publiek te trekken.

Fragment: ’Ik ben benieuwd naar de neushoorn. Hoe is het met haar gegaan? Ben je nog in Middelburg geweest?’
‘Jazeker, eind juli stonden we bij de Zeeuwen op de Dam, aan het einde van de Molstraat. Dankzij het strooibiljet dat je in Leiden liet drukken, stond heel Walcheren daar voor onze tent.’

Het strooibiljet van Middelburg was het eerste dat hij liet drukken:

ADVERTISSEMENT,
“Aan alle Heren en Liefhebbers Er wordt bekend gemaakt, dat alhier is gearriveerd, een levendige Rinoceros in het gebied van den Grote Mogol gevangen het landschap Assem, en uit Bengalen in Holland aangeland, wiens weerga nooit bevorens hier is geweest, en men zegt hij wordt wel honderd jaar oud, en deze is zo tam als een kalf, en is te zien … tot… Ieder persoon voor 4 stuivers en kinderen van elf a twaalf Jaar voor 2 stuivers.”

Eronder, in een ander handschrift (van Douwe Mout): “dit beest is te zien over de Molstraat bij de kraan en is wel 3500 pond zwaar.”

Advocaat Boddaert plakte hem in zijn notitieboek en schreef erbij: “De Rinoceros heb ik levend binnen Middelburg gezien, en deze kwam vrijwel overeen met de afbeelding, doch de hoorn op de neus was noch zo hoog niet uitgewassen, en hetgeen zich hier als schilden vertoont, is alleen geformeerd door diepe kreuken in den huid, daar men wel bijkans de gehele hand ondersteken kon… ” Vijftien jaar later kwam Clara weer in de stad, dit keer op de Markt, en schreef hij: “De voeten zijn kort en dik, voorzien van klauwen; ’t kan zwemmen en duiken als een eend.”